Blog
Wanneer gebruik je dan of als?
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
[smartslider3 slider="22"]
Wanneer gebruik je dan?
Als je twee dingen wil vergelijken met elkaar gebruik je vaak de vergrotende trap om het verschil te beschrijven. In dit geval gebruik je ‘dan’ na de vergrotende trap. Voorbeeldzinnen:- Hij is langer dan zijn broertje.
- Mijn vriendin kan beter dansen dan ik.
- Nederland is kleiner dan Frankrijk.
Wanneer gebruik je als?
Het woord ‘als’ gebruik je als je een vergelijking wil maken tussen twee zaken die een overeenkomst hebben. Meestal gebruik je in dit soort zinnen de woorden ‘even’, ‘zo’ of ‘hetzelfde/dezelfde’.- We eten vandaag hetzelfde als gisteren.
- Ze is even oud als mijn zoontje.
- Morgen is het even warm als vandaag.