Blog
Duitse woorden leren
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
[smartslider3 slider="7"]
1. Plaats het nieuwe woord in een zinsverband
Eén van de manieren om nieuwe Duitse woorden te leren is het nieuwe woord in een zinsverband te plaatsen. Neem bijvoorbeeld het woord “oft”, maak met het woord een zin, bijvoorbeeld: “der Mitarbeiter kommt oft zu spät”.2. Leer nieuwe woorden rondom een bepaald thema
Je kunt in één keer meerdere woorden leren als je een bepaald thema kiest. Als het thema bijvoorbeeld over het weer gaat, kan je een tabel maken met zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.| Zelfstandige naamwoordenbeeld | Werkwoorden | Bijvoeglijke naamwoorden |
| Der Regen, der Schnee, die Sonne, der Hagel, die Wolke | Regnen, schneien, scheinen, hageln, nieseln | Regnerisch, schön, schlecht, bewölkt |
3. Probeer te omschrijven wat je ziet
Neem een schilderij of een foto en beschrijf wat je ziet. Kies bijvoorbeeld een foto van een bepaald landschap of van steden. Als je een woord niet weet, zoek je het op in een (online) woordenboek. Door iets te visualiseren blijft het nieuwe woord beter in je hoofd. Er zijn ook handige beeldwoordenboeken te koop. Bijvoorbeeld: “beeldwoordenboek Nederlands-Duits” van de uitgever van Dale, leuk en handig voor beginners!4. Leer synoniemen en antoniemen
Voor gevorderden is het handig om direct het synoniem en antoniem van een woord te leren, zo leer je meteen meerdere woorden tegelijk.| Nieuw te leren woord | Synoniem |
| die Wirtschaft (de economie) | die Ökonomie |
| diskutieren (discussiëren) | bereden |
| oft (vaak) | häufig |
| die Firma (het bedrijf) | der Betrieb, das Unternehmen |
| Nieuw te leren woord | Antoniem (tegendeel) |
| alt (oud) | neu (nieuw) |
| groß (groot) | klein (klein) |
| unten (onder) | oben (boven) |
| einsteigen (instappen) | aussteigen (uitstappen) |
| dick (dik) | dünn (dun) |